De wet van Dam: uw rechten?

Wellicht kent u de situatie rondom langdurige abonnementen vóór de Wet van Dam. Het meest sprekende voorbeeld is het sportschoolabonnement. Misschien bent u wel eens vol goede moed lid geworden van een sportschool, terwijl later toch bleek dat u eigenlijk geen gebruik maakte van dit abonnement. Eigenlijk is dit zonde van het geld dat u er elke maand voor betaalt.

Maar hoe zegt u het abonnement op? Dat is iets waar consumenten bij het aangaan van het abonnement niet bij stilstaan. Nu blijkt opzeggen heel ingewikkeld te zijn. Het abonnement blijkt stilzwijgend verlengd met nog een jaar. Blijkbaar had u binnen drie maanden voorafgaand aan de datum van aangaan een aangetekende brief moeten versturen in tweevoud aan zowel het hoofdkantoor als het filiaal. Een te vroege of te late opzegging wordt geweigerd. Had u de kleine lettertjes maar moeten lezen, luidt het aan de telefoon. Zo blijft u vastzitten aan een abonnement dat u niet gebruikt.

De wet van wie? voor wie?

Bovenstaande praktijk ziet er weerbarstig uit voor consumenten. Het opzeggen van abonnementen of andere langdurige contracten was ingewikkeld, zodat consumenten sneller te maken kregen met een stilzwijgende verlenging. Vergat de consument een jaar later de ingewikkelde wijze om op te zeggen, dan had de consument pech. Door een stilzwijgende verlenging op stilzwijgende verlenging kon een abonnement eindeloos voortduren.

Gelukkig behoort deze praktijk tot het verleden. De Wet van Dam maakt korte metten met ingewikkelde opzegprocedures die consumenten het leven zuur maken. Er mag door bedrijven nog steeds stilzwijgend worden verlengd. Echter zijn hiervoor nu regels en mogen geen absurde handelingen en termijnen worden gehanteerd.

De Wet van Dam bepaalt dat consumenten hun abonnementen (of andere langlopende contracten) eigenlijk op ieder moment mogen opzeggen. Er geldt dan een opzegtermijn van een maand. Dit recht heeft de consument vanaf het moment dat voor het eerst stilzwijgend verlengd wordt.

In de situatieschets zou dit betekenen dat u het eerste jaar nog wel aan het abonnement vast zit. Na een jaar wordt het abonnement maandelijks opzegbaar. Daar komt bij dat opzeggen niet ingewikkeld mag worden gemaakt. In de situatieschets kon u alleen geldig opzeggen door drie maanden voorafgaand aan de verlenging twee aangetekende brieven te verzenden. Ook hier steekt de Wet van Dam een stokje voor. De Wet van Dam regelt dat de opzegging dient te geschieden op dezelfde manier waarop u het abonnement bent aangegaan.

Er zijn vele manieren om een abonnement aan te gaan en voor al die manieren geldt deze regel. Bent u telefonisch een abonnement aangegaan? Dan moet u het telefonisch kunnen opzeggen. Hetzelfde geldt voor abonnementen die online zijn aangegaan. Als u als consument opbelt om een overeenkomst te beëindigen dat u telefonisch bent aangegaan, mag het bedrijf uw opzegging niet weigeren en alsnog schriftelijke opzegging eisen. De Wet van Dam gaat boven eventuele algemene voorwaarden van het bedrijf waarin wat anders staat. Dit is nou juist hetgeen de Wet van Dam beoogt te voorkomen.

Opmerking verdient wel dat u als consument dient te bewijzen dat de opzegging is aangekomen. Dit is telefonisch vaak lastig. Het advies is daarom om bij het bedrijf altijd te vragen om een e-mailbevestiging. Bedrijven mogen geen afsluit- of administratiekosten in rekening brengen voor het opzeggen. Ook dit regelt de Wet van Dam.

Een abonnement wordt na de eerste stilzwijgende verlenging maandelijks opzegbaar. Misschien een open deur, maar toch goed om in te gaan op hoe een maand in de context van deze wet moet worden geduid. Dit betreft namelijk geen kalendermaand. De opzegtermijn mag niet langer zijn dan een maand en dat betreft de dag met hetzelfde nummer in de volgende maand. Een opzegging op 3 maart heeft dus effect op 3 april.

Bedrijven mogen ervoor kiezen om afwijkende opzegtermijnen te hanteren. De voorwaarde hiervoor is dezelfde als die hierboven: de termijn mag niet langer zijn dan een maand. Korter kan dus wel. Verder geldt voor kranten en tijdschriften weer net een andere regel. Deze abonnementen mogen namelijk wél steeds verlengd worden met een kwartaal.

Rondom proefabonnementen geldt nog een extra regel voor het opzeggen…  
 Namelijk dat dit niet meer hoeft. Een proefabonnement is weer echt op proef. Het hoeft niet te worden opgezegd en hoort automatisch te stoppen na de afgesproken proefperiode. Algemene voorwaarden die een proefabonnement stilzwijgend doen overgaan tot een betaald abonnement zijn vernietigbaar.

Uitzondering voor verenigingen

Voor lidmaatschappen van verenigingen geldt een uitzondering. Verenigingen mogen namelijk zelf de regels rondom abonnementen vormgeven. Zij mogen zelf de duur en de verlenging bepalen. Dit leggen verenigingen vast in hun statuten. De Wet van Dam geldt hiervoor niet.

Enigszins verwarrend wordt het bij het sportschoolabonnement. Tegenwoordig worden sportscholen ook aangeduid als sportclubs en het abonnement als een lidmaatschap. Een vaak gehoorde uitspraak is: “ik ben lid bij [sportschool] en ik ga heel vaak!” Sportscholen verkopen hun abonnement op die manier, omdat zij een clubgevoel willen realiseren bij hun klanten, zodat zij het gevoel hebben dat zij als lid onderdeel zijn van een fitnessgemeenschap.  Voor de Wet van Dam verandert dit niets. De Wet van Dam blijft sportscholen zien als een bedrijf, de consument als klant en het lidmaatschap als abonnement.

About the author